Mottenkampsteeg 4

Mottenkampsteeg 4

Mottenkampsteeg 4 is het huis waar mijn opa Egbert van der Horst op 7 oktober 1874 is geboren. Mijn opa was de zoon van Hendrik van der Horst, bakker te Sleen. Via een omweg naar Vlagtwedde bracht hij zijn jeugd door in Antwerpen.

In 1891 leverde zijn vader, Hendrik van der Horst, hem op 17 jarige leeftijd af bij de ingang van de Marinewerf in Willemsoord, streek de aanbrengpremie op en vertrok met onbekende bestemming. Mijn opa bracht 12 jaar bij de marine door. In die tijd was hij gestationeerd in Oost en West Indië, 1 keer genoodzaakt een pistool te trekken (een wapenfeit dat hem een bescheiden onderscheiding opleverde) en zag zich op een geheime missie op Hms Gelderland om in opdracht van koningin Wilhelmina, Paul Kruger van Zuid Afrika naar Nederland te brengen.

Hij zwaaide af in Amsterdam, waar hij mijn oma trouwde.

Gevelsteen

De gevel van het pand Mottenkampsteeg 4 bevat, behalve het jaartal 1857, een gevelsteen in het midden van de voorgevel, met daarop de letters EvdH, daaronder HD en het jaartal 1857.  

Het zijn de initialen van mijn betovergrootvader Egbert van der Horst en zijn 2de vrouw: Hendrikjen Drenthen, getrouwd op 24 april 1857. Het jaartal in de gevelsteen is hun trouwjaar.

Zij was 25 lentes jong, geboren op 28 oktober 1831, jongedochter van Dalen. Zij was de dochter van Jan Drenthen en Roelofje Abbing.

Hij was 40, weduwnaar van Johanna (Janna) Nijmanting, en de vader van 4 kinderen:

  1. Derk, geboren op 2 juni 1844,
  2. Hendrik, geboren op 29 oktober 1846 en mijn overgrootvader,
  3. Johannes, geboren op 23 september 1849, en
  4. Willemtien, geboren op 1 maart 1852.

Johanna Nijmanting was de dochter van Hindrik Nijmanting en Trientien Mullers, geboren op 24 augustus 1819 te Weerdinge en gestorven op 8 september 1852 te Sleen.

Hendrikjen schonk hem 5 kinderen, waarvan er 4 volwassen werden:

  1. Roeloffien, geboren op 28 maart 1858
  2. Jan, geboren op 10 april 1860
  3. Berend, geboren op 17 augustus 1866
  4. Janna Johanna, geboren op 3 juli 1870

Hendrikjen stierf kort na de geboorte van hun zesde kind op 8 september 1873.

Bakkersgeslacht

Egbert van der Horst was meester bakker in Sleen. Het pand in de Mottenkampsteeg is gebouwd als bakkerij, nadat de oude bakkerij vermoedelijk in vlammen is opgegaan.

Egbert was geboren op 7 oktober 1817 in Sleen, als zoon van Derk van der Horst en Willemtien Franssen. Derk was eveneens bakker net als zijn vader Andries van der Horst. Derk was afkomstig uit Hattem en als bakkersknecht naar Meppel getrokken. Daar trouwde hij Willemtien Franssen op 15 april 1805. Willemtien was de dochter van Egbert Franssen en Jentien Kat en gedoopt te Meppel op 20 oktober 1785. Het gezin vertrok omstreeks 1813 eerst naar Zweeloo om zich vervolgens te vestigen in Sleen omstreeks 1817. Bij zijn overlijden laat Derk, behalve de bakkerij, ruim 60 ha grond achter.

Ook mijn overgrootvader Hendrik was bakker. Hij nam de bakkerij omstreeks 1872 over. Op 15 mei 1878 vertrok het gezin van Hendrik om nog onbekende redenen naar Vlagtwedde en van daar een paar jaar later naar Antwerpen.

De laatste telg in deze familie om dit vak uit te oefenen was mijn oom Hendrik van der Horst, bakker en banketbakker, geboren in Amsterdam op 24 november 1916.

Bakkersknecht gezocht

Kennelijk was het ook in die tijd moeilijk om goed personeel te vinden. Gelijktijdig met de bouw van de nieuwe bakkerij, liet Egbert ook de woonboerderij  Schaapstreek 34 bouwen, speciaal om er zijn knecht in te laten wonen.

Deze advertentie verscheen op 6 december 1856 in de Provinciale Drentsche en Asser courant. Kennelijk waren Drentsche Boerenstoeten erg in trek.

Andere activiteiten

Behalve harddraverijen gebeurde er niet zo heel veel in Sleen in die tijd, getuige het volgende artikel uit 1853:

“Sleen, 7 feb. Ongehoord in de geschiedenis van Sleen, waar behalve de spin- gast- en doop-malen en bruiloften geene bijzondere feesten noch hoogtijden worden gehouden, had alhier gepasseerde zaterdag het schieten naar de vogel op den steng plaats; een vijfentwintigtal jongelingen , daartoe mede van omliggende gemeenten opgekomen, dongen naar de door den Logementhouder v. d. Horst daarop gestelde prijzen; eene menigte nieuwsgierigen woonde het feest bij; tot laat in den avond werd naar het doel geschoten, doch niet getroffen. Kop en staart werden slechts door twee bekwame schutters geraakt, waarna de prijs en premien zijn verloot geworden; de avond werd daarop in gepaste vrolijkheid doorgebragt , zonder dat men ongelukken, welke men bij dergelijke gelegenheden door een onvoorzigtig omgaan met vuurwapens maar al te dikwijls ziet gebeuren, heeft te betreuren gehad. (In een ander berigt meldt men ons, dat het jagtgeweer gewonnen is door W. Vonk van Noordsleen, een handpistool door R. Marissen te Diphoorn, een hageltasch door J. Brookman te Sleen, een kruidhorn door H. Kruit te Sleen en een dito door M. E. Kamps te Oosterhesselen; in dat berigt wordt de wensch te kennen gegeven, dat het gemeente-bestuur en de welgestelde ingezetenen in die gemeente mogen medewerken, om aldaar in den aanstaanden zomer eene harddraverij te doen plaats hebben.) – Provinciale Drentsche en Asser courant, dd. 9 februari 1853, jaargang 30, nr. 12.”

Naast het broodbakken had Egbert nog wat andere liefhebberijen, zoals het hardraven. Samen met zijn broer Adries, die in Sleen een logement bezat, organiseerde hij in 1858 een harddraverij, waarbij mooie prijzen te winnen waren.

Deze advertentie verscheen op 6 mei 1858 in de Provinciale Drentsche en Asser courant.

Ook was Egbert veehouder en een kennelijk niet onverdienstelijke varkensmester:

“Assen 7 December – E. van der Horst broodbakker te Sleen, heeft dit jaar een jong varken (Engelsch ras) gemest, dat gepasseerde week bij het slagten zes maanden oud was en schoon aan de haak het gewigt had van 135 Ned. ponden, dus 270 halve Ned. ponden, terwijl bet spek nagenoeg een Ned. palm dik was; het varken is door den predikant schoon aan de haak gekocht voor 28 cents het halve Ned. pond, het geheel voor f 75,60 – Groninger Courant, dd, 9-12-1853, jaargang 112, nr 98.”

Maar inderdaad, kennelijk gebeurde er in die tijd niet zo veel in Sleen. Wel kende het jaar 1860 een uitzonderlijk mild najaar:

“Sleen, 19 November. Als iets zeldzaams kan men van hier berigten, dat bij E. v.d. Horst, brood- en koekbakker alhier, in diens tuin een rozenbosch staat, die bezet is met een aantal knoppen en jonge rozen.

– Provinciale Drentsche en Asser courant, dd 22 november 1860, jaargang 37, nr. 140.”