Deze tekst is nog in bewerking. Kom hier op een later moment terug om meer informatie te vinden. Wilt u helpen met het aanvullen van deze tekst? Neem dan contact op met de werkgroep.

Rechts op de kaart de toren en de kerk van Sleen, met daarboven de Pastorie der gemeente Sleen. (C1172). Voor de toren de lagere school van Sleen, eigendom van de Markegenoten van Sleen (C1177). Midden onder het tot voor kort bekende cafe-restaurant Zwols aan de Brink 9. In 1832 eigendom van Roelof Mensing uit Zweeloo (C1163).
Links boven de woning die in 1832 eigendom was van schoolmeester Jan Eising, nu de woning De Koepen 3 van Harmke Jansen (C1158).
De huizen C1159 en 1161 zijn beide verdwenen.
De eerste kadastrale kaarten in ons land dateren uit 1832. Men is ruim 20 jaar bezig geweest om alle gegevens, nodig voor het invoeren van het kadaster, uit te zoeken. Aan deze eerste kaart is nooit iets is veranderd.
De twee panden C1161 en C1159 zijn in resp. 1913 en in 1974 afgebroken. Op deze plek staat nu de huidig tandartsenpraktijk, (eerder de pastorie van de gereformeerde kerk) en de ontmoetingskerk van Sleen (eerder de gereformeerde kerk).

Kadastraal C1161 werd in het kadaster van 1832 aangeduid als boerderij van Hendrik Kamps, landbouwer uit Sleen. Het pand kadastraal C1159 was van de kosterij der gemeente Sleen. Dit pand is jarenlang het huis geweest waar de Schulten van Sleen hebben gewoond. Het wordt in de beschrijving het “Verschuurhuis” genoemd. De “Noten” onderaan de beschrijving betekenen: OSA: Oude Staten Archieven Kador: Kadaster Openbare Registers. RAG: Rijksarchief .
Hieronder twee bladzijden uit het boek “Huizen van Stand”.



De bovenstaande beschrijving geeft een vrij duidelijk beeld van de bewonersgeschiedenis van het pand.
In het boek “Sleen in verleden en heden”van Gerrit Kuiper, staat op blz. 302 nog meer informatie over de Schulten, die vanaf 1476 Sleen hebben bestuurd.
1811
In 1811 kwam er een eind aan de functie van de Schulte.
De Franse keizer Lodewijk Napoleon die het toen in ons land voor het zeggen had, wilde dat in heel zijn keizerrijk alles geregeld werd zoals in zijn moederland Frankrijk.
Het ambt van Schulte werd veranderd in burgemeester (maire). De Carspels werden gemeenten. Het Landschap Drenthe werd de provincie Drenthe.
De burgerlijke stand werd in 1811 ingevoerd. Geboorteakten, huwelijksakten en overlijdensakten waren vanaf 1811 verplicht en door de burgemeester ondertekend.
Er werd een begin gemaakt met een bevolkingsregister.
Pas in 1850 volgde een volkstelling en van alle huizen in de gemeente Sleen werden de bewoners op lijsten genoteerd. Inwonende dienstknechten en -meiden werden ook op deze lijsten genoteerd. De huizen stonden op volgorde
Begonnen werd in Noord Sleen met huis no. 1, bewoond door het gezin van Derk Meppelink.
Het eerste huis in Sleen in 1850 was huis no. 55 van Jannes Kamps. Kamps woonde aan de huidige Menso Altingstraat 12. Dit was toentertijd het eerste huis als je vanaf Noord Sleen, Sleen binnenkwam.
Het laatste huis in Sleen was huis no. 111. Dit huis is in 1863 afgebrand, samen met nog drie ander boerderijen aan de Koepen.
Hierna ging men verder met Diphoorn, dan Erm en als laatste Hool en Haar met huis no. 205.
In 1860 werden nieuwe lijsten gemaakt, maar nu op alfabetische volgorde. De huizen kregen een ander nummer, nu vooraf gegaan dooe een letter. Sleen en Diphoorn een A. Noord Sleen een B. Erm een C etc. Ook waren de dorpen Schoonoord, Veenoord en ’t Haantje ontstaan en kregen respectievelijk de nummers D en E. ’t Haantje viel eerst nog onder Noord Sleen.
1832
Kadastraal C1159 was in 1832, toen men met het kadaster is gestart, eigendom van de kosterij van de (grote) kerk in Sleen. Huis en erf, groot 3,10 are.
De woning werd gebruikt als woonplaats voor onderwijzers en geneesheren van Sleen.
1891
De kerk verkocht in 1891 het gebouw aan gemeentelijk geneesheer Jan Willinge (1853-1892) en zijn vrouw Wobbina Nauta. Jan Willinge was slechts kort geneesheer in Sleen. Hij overleed in 1892. Zijn vrouw verhuisde met haar kinderen naar Veendam.
1893
De woning werd verkocht aan 1893 verkocht aan de Gereformeerde Gemeente Sleen.
Hoe de woning er uit zag is op onderstaande foto’s te zien.


Begin jaren ’60 werd er op de plek van de pastorie een nieuwe gereformeerde kerk gebouwd en een nieuwe pastorie. Hiervoor werd de oude pastorie afgebroken.
Het huis kadastraal C1161. Dit huis was voor 1804 het Schultehuis van Sleen. Hier hebben zeker vanaf 1700 de Schulten van Sleen gewoond.
In het boek “Sleen in verleden en heden” heeft de schrijver Gerrit Kuiper een opsomming gemaakt van de Schulten vanaf 1476.
In het boek “Huizen van Stand” wordt het Schultehuis beschreven.
VERSCHUIRHUIS SLEEN
In Sleen stond tegenover de pastorie en schuin tegenover de kerk een herenhuis, dat gedurende enige tijd door enkele schulten van Sleen bewoond is geweest.
De eerste van wie zeker is dat hij op de genoemde plaats woonde, was de schulte Lambert Ludolf Huysingh, die in 1732 door Ridderschap en Eigenerfden was aangesteld en die in 1772 overleed. Vanaf 1758 was Huysingh tevens de schulte van Zweeloo. Rond 1750 wordt het huis omschreven als het schultenhuis, met een lengte van 54 voet (ruim 15 meter). Of het huis in deze tijd echter al als een herenhuis kan worden aangemerkt is onzeker.
Anders is dit tijdens Huysinghs opvolger Hendrik Jan Verschuir, die in 1772 schulte van Sleen en Zweeloo werd. Hij liet het bestaande huis grondig verbouwen en vernieuwen, zodat het in de Groninger Courant werd omschreven als: “voorzien met 7 kamers, 2 kelders, groote keuken, 2 groote schuren, tuin met beste vrugtbomen etc”. Tevens had Verschuir een vijver laten aanleggen.
Schulte Verschuir was op 19 september 1745 geboren te Sleen als zoon van Henricus Verschuir en Rolijna Huisingh. Hendrik Jan trouwde op 30 juni 1783 met Gepke Durleu uit Groningen. Dit huwelijk werd na vier jaren zwaar op de proef gesteld. Het was de tijd van de patriotten, die in 1787 voorlopig het zwijgen opgelegd kregen met de komst van Pruisische troepen. Deze invasie vond zoals bekend plaats na het beruchte incident bij Goejanverwellesluis, waar prinses Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van Willem V, door patriotten onheus was bejegend. Ook Verschuir had sterke patriottische sympathie�n. Eind 1787 werd hij daarom door Ridderschap en Eigenerfden uit zijn ambt ontzet.
Uit het verslag van de landsdag van 11 maart 1788 blijken de door de schulte gepleegde strafbare feiten. Hij had de ingezetenen van het schultambt er toe aangezet een doortocht van ’s lands militie naar Friesland te verhinderen en had daartoe bruggen laten afbreken. Voorts riep hij ertoe op op de soldaten te schieten. Vervolgens had Verschuir de Prins en de Hoge Overheid van de Landschap belasterd, vervloekt en uitgescholden en blijk gegeven van zijn haat jegens de Oranjes. Tenslotte had hij de schulten-eed belasterd en werd hij ervan beschuldigd een liederlijk leven te leiden.
Hendrik Jan Verschuir werd uit het ambt ontzet, en een verdere vervolging werd aan de Drost opgedragen. De ex-schulte diende bij de Etstoel een verzoek in om van deze verdere vervolging ontslagen te mogen worden omdat ‘suppliant met zijne in alles onschuldige vrouw en kinderen meer en meer ongelukkig zoude kunnen worden.
Verschuir betuigde zijn schuld en beloofde dat hij zich in alle opzichten aan het hem reeds opgelegde vonnis zou houden en zich voortaan zou gedragen als een nette en rustige ingezetene van de Landschap. Hij was klaarblijkelijk zeer snel bereid zich aan de nieuwe situatie aan te passen; het patriotsvuur was snel gedoofd. Drost en 24 etten besloten het er verder maar bij te laten en zagen van verdere rechtsvervolging af.
Hendricus Oosting werd van 1788 tot 1793 de nieuwe schulte van Sleen, maar gedurende deze periode bleef ook Verschuir met zijn gezin in het dorp wonen. In 1793 verkocht hij zijn huis aan de nieuwe schulte Hendrik Jan Camerlingh voor 3600 gulden en verhuisde naar de stad Groningen, alwaar hij een huis had gekocht aan de oostzijde van de Herestraat.
Nadat de Fransen in 1795 de omverwerping van de oude orde en het ontstaan van de Bataafse Republiek hadden bewerkstelligd, diende Verschuir een verzoekschrift in bij de Provisionele Representanten van het Volk van Drenthe. Deze hadden een publicatie doen uitgaan waarin onder andere het plakkaat van 15 januari 1788, waarbij enige ingezetenen van Drenthe uit hun ambt waren ontzet, ongeldig was verklaard. De Provisionele Representanten verwezen het verzoek naar de Representanten, die hen op 14 april 1795 als bestuur zouden opvolgen en deze gaven de beslissing in handen van de Gecommitteerde Representanten. De Gecommitteerden stelden dat, hoewel Verschuir in zijn ambt hersteld behoorde te worden, op 14 april 1795 alle schulten in Drenthe ontslagen waren en dat de nieuwe schulten door de ingezetenen van de betreffende kerspelen gekozen zouden worden. Een keuze van de inwoners van Sleen en Zweeloo voor Verschuir zou voor de Gecommitteerde Representanten ‘niet onaangenaam’ zijn, maar de keuze moest bij de ingezetenen liggen. De burgers van Sleen en Zweeloo wilden ook na de omwenteling hun oude schulte echter niet terug en gaven bij de stemming de voorkeur aan de zittende schulte H.J. Camerlingh. Deze, in 1766 geboren te Wanneperveen, zou in 1851 in Coevorden overlijden. Hij was getrouwd met S.E.L. Nauta. Camerlingh bleef tot 1802 in Sleen en Zweeloo aan, om daarna naar Dalen te verhuizen waar hij hetzelfde ambt uitoefende.
H.J. Verschuir overleed in Groningen tussen 1804 en 1806; zijn vrouw stierf in 1830.
Na het vertrek van Camerlingh rond 1802 kwam het Verschuirhuis niet opnieuw in eigendom van een schulte. Op 20 mei 1804 kocht Hendrik Jansen Kamps het huis en de annexen, behalve de vijver, voor 3600 gulden van de oudschulte van Sleen. Kamps was landbouwer en als we op de kadasterkaart van 1832 de vorm van het huis bekijken, blijkt het door hem zodanig veranderd te zijn, dat er van een herenhuis geen sprake meer is. Het was een boerderij geworden.
De familie Kamps zou het voormalig herenhuis vele jaren als boerderij in gebruik houden. Hendrik Kamps werd opgevolgd door zijn zoon Arend en diens zoon Lambert. De laatste ging in 1913 over tot sloop van het bestaande huis en bouwde een nieuwe boerderij.
